Thoragetrouw is niet wettisch!

Trek de goede conclusies uit 2000 jaar kerkgeschiedenis!

Thoragetrouw is niet wettisch, maar gewoon gehoorzaamheid aan het verbond (beriet, ברית). In plaats van Thora-getrouw zou je ook ‘verbond’-getrouw (of chasied, חסיד) kunnen zeggen, omdat verbond en geboden naadloos met elkaar verbonden zijn. Het unieke van het Gods verbond is dat Hij het zelf introduceert met Zijn verlossing en bevrijding (uit Egypte).

Het is dus niet zo dat God van Zijn volk verwacht dat zij de geboden doen om daarmee verlossing of genade te verkrijgen, ze zijn verlost, maar niet van het bewaren van Gods geboden!

Eigenlijk hoort men vandaag de dag alleen bij de herstelbeweging van de Messiaans-Joodse beweging dat de mens Gods geboden moet bewaren.

Binnen een beperkte christelijke kring vindt men het best nog wel aardig dat de Messiaans-Joodse gelovigen naar de wortels van hun geloof terugkeren, maar een grote meerderheid binnen christelijke kring acht het niet nodig om binnen prediking en pastoraat op te roepen om Gods verbond en geboden te bewaren. Integendeel, het bewaren van Gods geboden wordt zelfs wettisch en ketters genoemd.

De overtuiging dat God zegen belooft op het bewaren van Zijn geboden en waarschuwt voor vloek bij het overtreden van Zijn geboden, is in veel geloofsdenken ver op de achtergrond gezet, in de vergetelheid geraakt of ronduit afgewezen. Dat is dan ook de reden van toenemende wetteloosheid en hopeloos, ongelukkige relaties en situaties waar God en Zijn Woord naar de rand of over de rand van het bestaan is geschoven.

Het is welhaast onbegrijpelijk dat men in zoveel kerken zo furieus anti-Thora is. Uiteraard is het heel goed en Bijbels dat men in de kerken hun gelovigen wil waarschuwen dat de mens alleen uit genade door het geloof behouden wordt. Maar het wordt al stiller als men hardop zegt dat de Messias geen enkel klein gebod heeft afgeschaft en zelfs bij Zijn laatste opdracht geleerd heeft dat we de volkeren moeten leren te onderhouden wat Hij bevolen heeft. Dan komt al gauw het scheldwoord ketters uit de kast om er niet weer in terug gelegd te worden. Jammer dat men in menige kerk niet het huiswerk over wil doen van 2000 jaar kerkgeschiedenis. In de eerste eeuwen van die geschiedenis zijn immers de Sjabbat, Bijbelse feesten, geboden afgeschaft en zijn de zondag, de alternatieve (onbijbelse) feesten van kerst, Pasen en Pinksteren ingevoerd en heeft men de kinderdoop bedacht en sindsdien worden deze nieuwe verworvenheden als Bijbels met hand en tand verdedigd. Alle verweer vanuit de Bijbel wordt dan afgedaan met het antwoord dat we nu leven onder het Nieuwe Verbond. De uitdagende vraag aan ons allemaal is echter om vanuit de Bijbel aan te tonen of het Oude Verbond is afgeschaft en wanneer en wat er nu eigenlijk nieuw is aan het Nieuwe verbond. Veel succes met uw onderzoek en bewijsvoering!

Terug naar de wortels van het geloof voor een gezegender leven. Ernstige consequenties voor gelovige zonder het stuur van Gods verbond en geboden.

Voor gelovigen zijn de keiharde consequenties niet te overzien als Gods geboden niet gebruikt worden in de strijd tegen zonde, verleiding en duisternis en de wandel in het licht.

Of de gelovige is trouw aan Gods verbond en Zijn geboden en ervaart daarin Gods bescherming, goedheid en intimiteit, of de gelovige geeft toe aan zonde wat zich vertaalt in het volgende : zorg om geld, hebzucht, zorg om aanzien en positie in de wereld, ontrouw en onbetrouwbaarheid, boze, onreine en overspelige begeerten, liefdeloosheid, stress, conflicten, leugen en bedrog, diefstal, ongehoorzaamheid, onbarmhartigheid, hardheid en verharding in sociale relaties doen hun intrede met als gevolg dat de mens ongelukkig, eenzaam en depressief wordt.

Niet alleen de relatie met God staat onder druk, de relatie met onze naaste evenzo. We kunnen heftig bestrijden dat we Gods geboden niet (meer) hoeven te bewaren, de praktijk van elke dag laat zien dat we òf een slaaf zijn van de zonde en de boze òf een slaaf zijn van de Messias.

Ieder die daarom van mening is dat men Gods verbond en geboden niet (meer) hoeft te bewaren, moet zich daarom ernstig afvragen of zonde nog altijd vijand nummer één is.

Het is schrikbarend wat de pastorale problemen van veel gelovigen zijn ten gevolge van deze visie op verbond en geboden. Hoeveel problemen hadden er niet voorkomen kunnen worden door een gezonde visie op verbond en geboden. God toonde zich onder het Oude Verbond ook primair als de Bevrijder en Redder en gaf Zijn volk Zijn geboden als bescherming van de relatie tot Hem, de naaste en het individu zelf. Vandaag de dag vinden vele gelovigen belangrijker wat een psycholoog of psychiater vertelt hoe we gelukkiger kunnen worden in onze relaties dan wat het Woord van God ons al eeuwen verteld. Zijn Woord en de daden van de Messias zelf zijn voor ieder mens een levenslang voorbeeld om na te volgen als discipel. Geloof zonder daad zal niemand veranderen in een goed en gelukkig mens met goede daden.

Gods verbond en geboden zijn bedoeld voor aanbidding, gemeenschap en verborgen omgang met God, ons geluk en welzijn, ter genezing en herstel.

Veel gelovigen denken dat Gods geboden ballast zijn, waarvan we bevrijd zijn of moeten worden.

In de prediking en pastoraat van ultra-gereformeerd, (post-)reformatorisch en evangelisch-charismatisch geloofsdenken wordt het prediken en doen van Gods geboden werkheilig en wettisch genoemd. De Bijbel leert ons echter heel duidelijk dat Gods geboden onze genezing zijn. De Heilige Geest wil de geboden dan ook niet voor niets in ons hart schrijven en het is daarom ook zaak ons daartegen niet te verzetten.

Als wij Gods geboden bewaren, is er tegen ons geen beschuldiging. Hoe meer wij Gods geboden overtreden in woorden, gedachten, daden, fantasieën en hoe dan ook, hoe verder wij verwijdert raken van Gods heiligende aanwezigheid in ons leven. Dat betekent niet dat we krampachtig wettisch moeten leven, maar het is voor ons eigen welzijn, vrede en geluk zaak om voortdurend gericht te zijn op wat God wil en net als de Messias als doel te stellen de Vader te behagen.

De levens van veel gelovigen zijn een aaneenrijging van zondebelijdenis op zondebelijdenis, net zolang tot er een diepe depressie op volgt. Geen enkele zondebelijdenis zal ons echter gelukkig maken, als het niet gevolgd wordt door het nalaten van de zonde. God kijkt hoe serieus onze woorden van belijdenis van zonde gevolgd worden door daden van vrucht.

Als onze woorden alleen maar woorden zijn en geen daden, liegen we tegen onze Schepper en Verlosser en dat kost ons een prijs: we blijven in zonde en blijven ongelukkig en ongezegend.

Met vriendelijke groet en Gods zegen,
Wim Verdouw

Alblasserdam, 12 juni 2007

25 January 2008
By on 14:40
Een hulp die bij hem past

De Duitser Ludwig Schneider heeft een rake observatie gedaan betreffende de relatie Israël en de kerk. Zijn zoon Aviël is nu hoofdredacteur van het blad Israel Today, dat ook in het Nederlands is verschenen. Schneider vergeleek die relatie met Adam en Eva. In Genesis 2:21 wordt ons verteld hoe de Schepper Adam in een diepe slaap bracht, een rib uit zijn zijde nam en daaruit Eva vormde, als ‘een hulp die bij hem past.’ Adam was verrukt dat hij een vrouw kreeg, ‘been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees.’

Precies hetzelfde deed God met Israël, want ook voor haar was het ‘niet goed om alleen te zijn.’ God gaf haar een helper die bij haar past in de vorm van de gemeente van Jezus Christus. Israël is ook onder een soort narcose gebracht, waarover Paulus schrijft in Romeinen 11:8. Maar op een dag is ‘de volheid der heidenen’ bereikt en zal zij ontwaken en verrukt zijn over de helper die God gegeven heeft. Op deze geestelijke ontwaking van Israël wachten wij met spanning. Dan zal ook ‘gans Israël behouden worden.

Hierin zitten diepe gedachten. Eva is uit Adam genomen, evenals de kerk uit de tweede Adam: Jezus. Beiden zijn één, maar man en vrouw hebben toch bun unieke eigenschappen. Er is geen sprake van uniseks, de één lost niet op in de ander. Beiden hebben hun specifieke taak en identiteit. Daarin ligt ook hun vruchtbaarheid. Wij hoeven niet joods te doen, want we zijn geen Joden. De schoonheid ligt daarin dat wij als christenen Gods oude volk zegenen. De kerk moet weer een vreugde worden voor de Joden, zoals Eva dat was voor Adam. Gelukkig gaan Joden steeds beter begrijpen dat ze christenen nodig hebben als de wereld hen de rug toekeert. En wij moeten een goede ‘hulp zijn die bij hen past.’

BRON: Shalom Magazine, november 2007, Cursiefje, p. 3 – Ben Hoekendijk

12 January 2008
By on 13:40
Mijn kerk heeft geen visie op Israël

Dit artikel van Ben Hoekendijk geeft pijnlijk precies weer hoe het er in onze (evangelische) gemeente voorstaat met betrekking tot de band met Israël – of beter gezegd: met het ontbreken ervan. Ondanks het feit dat enkele gemeenteleden Joods zijn! Moge dit spoedig veranderen! Martin.

Deze opmerking hoorde ik van iemand en mijn eerste reactie was: hebben ze dan een andere Bijbel? Is hun Jezus dan geen Jood? Heeft het verbond met Abraham opgehouden? Zijn de beloften van God en de komst van het Koninkrijk aan een ander volk gegeven? Maakte Paulus een vergissing toen hij zei: ‘Hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen’ (Rom. 9: 4-5). Wat Paulus bedoelt is: de geschiedenis is vol van Gods verbond met Israël en zo is het met de toekomst!

Wat dringt het soms moeizaam en langzaam door dat het Christendom geen op zichzelf staande godsdienst is, maar in elk opzicht is geworteld in Israël. Zij is de wortel van de edele olijfboom, waarop wij als ‘wilde takken’ geënt zijn. En: ‘Niet gij draagt de wortel, maar de wortel draagt ú!’ (Rom. 11: 18). Je kunt het Christendom niet los zien van haar joodse wortels. Heeft men niet door dat de komst van de Messias in Jeruzalem zal zijn, in een hersteld Israël? Dan zal het geen vraag meer zijn of je neutraal tegenover deze dingen kunt staan. God zal zich ten overstaan van alle koningen, volken èn machten in de lucht overduidelijk uitspreken, dat Hij vóór Israël kiest. Hij noemt Zich zelfs: ‘De God van Israël’! Waar halen wij dan de moed vandaan om te zeggen: ik heb geen visie op Israël?

Ik denk dat dit voortkomt uit angst. Ter wille van de lieve vrede in de gemeente durven we hierover geen uitspraken te doen. Dat is een bedenkelijke houding. De helden uit de geschiedenis van de kerk waren mensen die zich niet door angst lieten leiden, maar zich uitspraken over wat waar was. Ware leiders handelen niet uit angst, maar innerlijke overtuiging. De gemeente is niet alleen een sociale club, ze heeft ook de opdracht een profetische stem te laten klinken, zoals Joël 2: 15 zegt: ‘Blaast de bazuin op Sion.’

Ben Hoekendijk

Bron: Shalom Magazine, dec. 2006 nr. 34, p.3 – column ‘Cursiefje’


By on 13:34
De rol van niet-Joden in de Messiasbelijdende Beweging

In het volgende bericht vind ik onze eigen visie zo duidelijk onder woorden gebracht, dat ik het uit het Engels heb vertaald voor mijn web log – in plaats van zelf een artikel te schrijven. Veel lees- & leerplezier! Martin.

De Messiasbelijdende Beweging is een herleving van zowel Joods bewustzijn als van bepaalde aspecten van eerste-eeuws Jodendom – gebaseerd op het geloof dat Yeshua (Jezus van Nazareth) de aan Israël beloofde Messias is. De beweging bestaat uit zowel Joden (die hier openlijk voor uitkomen) en niet-Joden. Messiasbelijdend Jodendom stelt dat het houden van de Thora (de wetten van Mozes) normgevend is voor Messiasbelijdende Joden. Messiasbelijdende gemeenten bestaan echter ook uit niet-Joodse (heidense) deelnemers. In veel gevallen is de rol van deze heidenen in de Messiasbelijdende gemeenten en de brede messiasbelijdende beweging onduidelijk. Dit artikel probeert in te spelen op de noodzaak om de rol te verduidelijken, die heidenen in de messiasbelijdende beweging kunnen spelen.

Vormen van niet-Joodse betrokkenheid

Niet-Joodse deelnemers in de Messiasbelijdende gemeenten vallen in verschillende categorieën, die als volgt kunnen worden omschreven:

1. Sommige niet-Joden zijn – zoals zij wel omschreven worden – ‘wanna-be Jews’, ofwel zelfverklaarde Joden. Deze niet-Joden zijn tot de conclusie gekomen dat God hen heeft ‘geroepen’ om Joods te zijn. Zij dragen vaak een kippa en vinden het soms moeilijk om volledig open te zijn over hun niet-Joodse identiteit.
2. Een tweede groep bevat niet-Joden die zich aangetrokken voelen door het Joodse (volks)bewustzijn en die zingeving en vervulling vinden in Messiasbelijdende vormen van aanbidding. Door het Joodse (volks)bewustzijn over te nemen proberen deze niet-Joden hun liefde voor het Joodse volk en de Joodse wortels van het Christendom te tonen.
3. Een derde groep niet-Joden is tot de theologische conclusie gekomen dat de Thora voor zowel Joden als niet-Joden bindend is. Met als gevolg dat het onderscheid tussen Jood en niet-Jood verloren gaat.
4. Een vierde groep is samengesteld uit niet-Joden met een Joodse huwelijkspartner. Deze niet-Joden houden zich op bepaalde punten aan de Thora en Joodse gebruiken in een poging hun kinderen op te voeden in een gezin waar het Joodse erfgoed tot uitdrukking komt.
5. Ten slotte zijn er niet-Joden die zich bij de Messiasbelijdende Beweging hebben aangesloten met het verlangen om het geloof in Yeshua uit te dragen in een voor Joden relevante context.

Het probleem

Het probleem van de Messiasbelijdende Beweging met betrekking tot het onderhouden van de Thora wordt nog ingewikkelder door de aanwezigheid van deze niet-Joodse groepen in de gemeenten. Door deze situatie ontstaat er in de niet-Messiasbelijdende Joodse gemeenschap het beeld van een beweging met maar weinig werkelijke Joden.

Joden en niet-Joden in de eerste gemeenten

De oorspronkelijke volgelingen van Yeshua waren Joods. Zij waren Joods door geboorte en godsdienst. Hun overtuiging dat Yeshua de Messias is, maakte geen eind aan hun trouw aan de Thora. Wel bracht het op enkele punten veranderingen teweeg in de manier waarop ze de Thora toepasten.

Niet veel later werden ook niet-Joden (godvrezenden genoemd) in het Lichaam van de Messias opgenomen. Het boek Handelingen vertelt dat sommige Joodse gelovigen – toen het geloof zich naar de heidense wereld uitbreidde – begonnen te verkondigen dat de heidenen Joods moesten worden om gered te kunnen worden. De apostelen en de gemeente te Jeruzalem bogen zich over de situatie en bepaalden dat deze heidenen niet Joods hoefden te worden om gered te worden. Toch werd er van hen op enkele punten trouw aan de Thora gevraagd, namelijk: onthouding van zaken die door afgoden(dienst) zijn verontreinigd, seksuele onreinheid, vlees van dieren die door verstikking zijn gedood en bloed (Handelingen 15: 20).

Eén Heer, één geloof, twee verschijningsvormen

De korte geschiedenis van eensgezindheid tussen beide groepen (Joden en niet-Joden) – levend vanuit de eenheid van de Geest – liep uit op een scheiding, die de gemeente in de eerste eeuw niet voor mogelijk kan hebben gehouden. Terwijl de Messiasbelijdende Joden om theologische en historische redenen van hun mede-Joden vervreemden, raakten ze getalsmatig ook nog eens in de minderheid ten opzichte van hun niet-Joodse medegelovigen in de kerk. Toen het oorspronkelijke Christendom plaats maakte voor het Romeinse Christendom, verschoven de positie van de Joden en Joodse elementen (zoals het leven in overeenstemming met de Thora) al snel naar de zijlijn. Het resultaat was dat het onderscheid in rolverdeling tussen Jood en niet-Jood in het Lichaam verloren ging. Dit alles leidde tot een historische Christelijke kerk, waarin Joden zowel hun volksbewustzijn (familie) en trouw aan de Thora (religie) moesten opgeven voor hun geloof in de Messias. Toen de kerk op de drempel van de Middeleeuwen stond, was er weinig over van de Joodse wortels van het Christendom.

Een straaltje hoop

Met de Reformatie kwam er een straaltje hoop, toen Maarten Luther zich realiseerde dat het Gods bedoeling was dat Joden hun plaats in de Messiasbelijdende gemeenschap zouden innemen als Jood en niet-Joden als niet-Jood. Zijn poging tot een open dialoog met de Joodse gemeenschap werd – begrijpelijk – afgewezen. De wraakzucht, die hij vanaf dat moment naar de Joden toe ontwikkelde, had tot gevolg dat de mogelijkheden tot eenheid in de Messias tussen Jood en niet-Jood eeuwenlang ver te zoeken waren. In de 17e eeuw deed de beweging van Hebreeuwse Christenen pogingen om de Joodse identiteit van Hebreeuwse Christenen te herstellen en nogmaals het Evangelie in een Joodse context aan het Joodse volk uit te leggen. Deze beweging heeft de basis gelegd en de mogelijkheden geschapen voor de huidige messiasbelijdende beweging met zijn nadruk op [een eigen] ‘kerkelijke’ identiteit.

De huidige opdracht

In onze tijd worstelen messiasbelijdende Joden met de vraag hoe uiting te geven aan hun geloof. Zijn zij Israëlieten? Identificeren zij zich met Israël door zich te houden aan het verbond met Mozes? In hoeverre kan (mag) de invloed van het rabbijnse Jodendom invloed uitoefenen? En hoe kunnen niet-Joodse christenen en Messiasbelijdende niet-Joden aan dit proces deelnemen zonder de zaken door elkaar te halen? Hoe kunnen de vijf [genoemde] groepen niet-Joden een productieve rol in de messiasbelijdende beweging spelen?
De brief aan Efeze stelt dat God Joden en niet-Joden door de Messias omvormt tot een nieuwe mens. Deze nieuwe mens is Joods nog niet-Joods. Hierover mag geen misverstand bestaan. De grootste fout die vermeden moet worden is de poging om van Joden niet-Joden te maken en omgekeerd. Joden en niet-Joden moeten ieder authentiek blijven in hun eigen identiteit; anders is de eenheid in het Lichaam van de Messias niet zichtbaar. Het Lichaam van de Messias moet eenheid uitstralen – Jood en niet-Jood verenigd in één Heer, door één geloof, in één doop.

De rol van niet-Joden

Niet-Joodse gelovigen zijn in de stam Israël geënt. Zij zijn niet langer vreemdelingen of bijwoners, maar medeburgers met de heiligen (Efeze 2: 19). Maar zij zijn geen Joden! Paulus biedt een heldere en duidelijke richtlijn wanneer hij degenen die als besnedenen geroepen zijn, aangeeft om ‘dit niet ongedaan te maken, en zij die in onbesneden staat geroepen zijn, zich niet te laten besnijden’ (1 Corinthe 7: 18). De niet-Joden in de beweging vervullen op grond van de Bijbel ten minste twee rollen in het Lichaam van de Messias. De ene is: zich identificeren met Israël. De andere is: het ongelovige deel van Israël jaloers maken.

Messianicsealbluegold_2Identificatie met Israël

De belangrijkste rol voor niet-Joden in het Lichaam van de Messias is: zich identificeren met Israël. Dat is iets anders dan je identificeren als Israël. Als niet-Joden moeten we ervoor vechten om tot uiting te brengen dat de God van Abraham, Isaäk en Jacob een relatie met ons is aangegaan zonder dat wij Israël plaats hebben ingenomen. Maar hier ligt een gevaar op de loer. Wanneer niet-Joden hun eigen identiteit verliezen en namaak-Joden worden, of als de verschillen niet langer duidelijk zijn, verliest met het doel van het Lichaam (Jood en niet-Jood samen één nieuwe mens) uit het oog.

In het Lichaam van de Messias is het de primaire rol van de niet-Joden om zich met Israël te identificeren. En dat is iets anders dan zich identificeren als Israël …! Als niet-Joden moeten wij ons inspannen om te laten zien dat we een relatie hebben gekregen met de God van Abraham zonder dat wij de plaats van Israël zijn gaan innemen. Er schuilt echter een gevaar in deze situatie: wanneer niet-Joden hun eigen identiteit verliezen en namaak-Joden worden – als de verschillen worden weggepoetst – raken we het doel van het Lichaam (Jood-zijn en niet-Jood-zijn samen in één nieuwe mens) kwijt.

Israël prikkelen

Een tweede belangrijke rol voor niet-Joden is het ongelovige deel van Israël te prikkelen tot afgunst. Juist deze rol wordt aangehaald als verklaring dat God niet-Joden verlossing geeft (Romeinen 11:11). Deze rol impliceert echtheid in het gehoorzamen aan Gods geboden. Juist dit maakt het ongelovige deel van Israël jaloers op het feit dat het geen deel heeft aan datgene, waar het eigenlijk recht op heeft. Te vaak prikkelen christenen en messiasbelijdende Joden Israël tot apathie (doordat de betekenis van wat we doen ons ontgaat) of tot woede (door de Vervangingstheologie te verkondigen of door ons als Joden te gedragen). De rol van de niet-Jood in het Lichaam moet zijn: het tonen van de bekoring van gehoorzaamheid aan Gods geboden; dit prikkelt ongelovige Joden tot afgunst. Zelf geloof ik dat wij deze rol het beste kunnen vervullen door een houding die overeenkomt met de voorschriften in de Tora, maar die onderscheid maakt tussen Joden en niet-Joden.

Een voorbeeld. De vergadering in Jeruzalem (Handelingen 15) maakt duidelijk dat niet-Joden zich van bloed moeten onthouden. Dit voorschrift betekende geen keuze voor niet-Joden; het wat een essentieel punt. Wanneer is als niet-Jood dit gebod naleef waar ongelovige Joden bij zijn, of hierover met hen in praat, loopt het vaak uit op gesprekken met betrekking tot Jodendom, de Messias en andere verwante onderwerpen.
Ene ander voorbeeld is de Sabbat. Bij mij thuis vieren we de Sabbat op een manier die aansluit bij de tradities van het Jodendom, maar die niet in ieder detail daarmee overeenkomt. Alle voorschriften van de Tora en elementen uit het Jodendom zijn aanwezig. Maar de vorm verschilt. Onze Joodse buren, die op de hoogte zijn van onze houding, laten soms merken dat zij ernaar verlangen om te hebben wat hen rechtmatig toekomt. Zij zien een echtheid in wat wij doen, die hen herinnert aan de Sabbatvieringen in hun kindertijd. Er wordt ons vaak gevraagd waarom we eigenlijk de Sabbat onderhouden. Wij antwoorden dan met de tekst uit Jesaja 56: 6-8, die spreekt over niet-Joden die de Sabbat onderhouden. Joodse en niet-Joodse gelovigen moeten samenwerken om onze afzonderlijke identiteiten te beschermen; dit ondanks het feit dat wij in het Lichaam van de Messias tot één nieuwe mens worden.

Het ‘wanna-be’ probleem (zoals omschreven onder categorie 1) moet met gevoeligheid en openhartigheid worden benaderd. Hoewel het hierbij om de kleinste groep gaat, heeft deze wel de meeste kans om ernstige schade te veroorzaken. Het probleem bestaat uit òf een misverstand over wat Joods-zijn in Gods ogen betekent dan wel een identiteitscrisis in de persoonlijkheid.
Het is onbijbels om er vanuit te gaan dat God sommige niet-Joden roept om Jood gelovige te zijn. De groep niet-Joden die zich voelen aangetrokken tot de Joodse sfeer van de messiaanse aanbiddingsstijl moeten er voor waken om etniciteit te verwarren met het onderhouden van geboden in de Tora. Er is niets mis met Hebreeuwse dans en zang, maar het is niet de kern van Gods handelen met het herstellende Juda. Ik zou je willen aanraden om een serieuze poging te wagen om zoveel mogelijk te leren over Joodse expressie en tegelijkertijd de aandacht van je studie te richten op de geboden in de Tora, die bedoeld zijn voor niet-Joden.

Voor hen die geloven dat Gods geboden voor Jood en niet-Jood identiek zijn, wordt het gevaar van Judaïsering een reëel gevaar. Deze groep moet een manier vinden om een vorm van niet-Joodse godsdienstigheid te ontwikkelen, die de essentie van de geboden in de Tora verbeeld zonder gewoonweg de joodse gebruiken te kopiëren. De niet-Jood die is getrouwd met een Jood bevindt zich in een unieke situatie en moet met grote voorzichtigheid worden aangesproken. In het geval van een niet-Joodse man, die is getrouwd met een Joodse vrouw is het duidelijk dat het overbrengen van haar identiteit op de kinderen een belangrijk doel is.

Voor een vrouw die getrouwd is met een Joodse man bestaat er een bijbels precedent om in de gemeenschap van Israël te worden opgenomen (Ruth). Hoewel gioer (overgaan tot het Jodendom) voor deze personen mogelijk is – en ik opensta voor deze mogelijkheid – draagt het wel bij aan het probleem dat de Joodse gemeenschap in zijn geheel heeft met het accepteren van deze mensen.
Los van de aparte positie van de niet-Joodse echtenoot zullen kinderen die op een authentieke Toragetrouwe wijze worden opgevoed, veel minder vragen hebben over hun eigen identiteit dan de bredere Joodse gemeenschap.
Er zijn mensen – zoals ikzelf – die bij de Messiaanse Beweging betrokken zijn vanuit het verlangen naar een authentiek Messiasbelijdend Jodendom, dat op integere wijze aan de Joodse gemeenschap kan worden voorgesteld. Voor hen is het noodzakelijk om op de hoogte te zijn van de inhoud en levenswijze van de Tora, zodat we Messiasbelijdend Jodendom kunnen aanmoedigen om naar een authentieke levenswijze te groeien. Ook dienen wij vast te houden aan ons gehoorzamen aan de Tora, op een manier die duidelijk bijbels is – maar niet Joods – zodat we ons identificeren met Israël; niet als Israël.

Toraroljad3
Daarbij dienen wij de Tora als basis van het Nieuwe Testament opnieuw onder onze niet-Joodse broeders en zussen te introduceren, zodat zij toragetrouwe Messiasbelijdende Joden zullen omarmen als hun broers en zussen en meewerken aan de eenheid die God heeft bedoeld.

1996 H. Bruce Stokes. All rights reserved.
Bron: www.imja.com/Stokes.html

Bruce Stokes, Ph.D.

Opmerking van de uitgever: H. BRUCE STOKES Ph.D. is Professor in de Anthropologie en Gedragswetenschappen aan het California Baptist College in Riverside, Californië. Sinds 1984 is hij voorganger en leraar bij de First Baptist Church in Westminster en vice-president van de Association of Messianic Believers. Dit artikel is een weergave van een pamflet dat in 1997 werd gepresenteerd op een bijeenkomst van de International Messianic Jewish Alliance in Puerto Vallarta, Mexico.

11 December 2007
By on 19:56
Opdat zij allen één zijn (6.6)

6. De weg van herstel

In de vorige paragrafen is een beeld geschetst, dat weinig ruimte voor misverstaan overlaat. In de verhouding tussen Jood en niet-Jood binnen het Lichaam van Christus is door de eeuwen heen eerder sprake geweest van ontbinding dan een vitale conditie. De oorspronkelijke samenhang is verdwenen. In onze dagen zijn we getuige van het nationaal (sinds 1948) en het beginnend geestelijk herstel (sinds 1967) van Israël. Het meest opmerkelijk is wel het feit dat er wereldwijd mensen van allerlei volken met Israël gaan optrekken, door de Sabbat en de bijbelse feesten te vieren en hun geloof in Jezus bewust in de bijbelse (niet: Joodse!) context te beleven – waar mogelijk samen met Joodse gelovigen. Is dit de opmaat naar de vervulling van wat Zacharia profeteerde over het uiteindelijke herstel?

Dit stelt de HEER van de [hemelse] strijdkrachten: in die dagen zal het gebeuren dat tien mannen van verschillende heidense talen zich zullen vastklampen aan de hoek van [het kleed van] een Joodse man en zeggen: ‘Laat ons met jullie optrekken, want wij hebben gehoord dat God met jullie is.’(1)

In het Hebreeuws staat er dat deze mensen ‘de hoek [van het kleed] van een Joodse man’ zullen grijpen. Dat is de plek, waar de tsiet-tsiet zit; de wit-blauw gevlochten ‘gedenkkwast’, die herinnert aan de voorschriften uit de Thora. Jezus kende dit gebruik (2) (Hij droeg ze zelf ook (3)). Tot op vandaag wordt hij door gelovige Joden (ook in een aantal traditioneel ingestelde Messiasbelijdende gemeenten) gedragen aan de kleding en natuurlijk aan de talliet (gebedsmantel).

Waar de vervangingsleer stelt dat Joden zich uiteindelijk bij de kerk zullen (moeten) aansluiten, stelt God dat het precies andersom zal gaan: mensen uit de volken zullen samen met Israël optrekken (Zacharia 8 spreekt niet over een gioer-proces) omdat zij beseffen dat God aan de kant van Israël staat! En het mooie is, dat God ons in Zijn Woord ook aanreikt hoe we dit ‘met Israël optrekken’ gestalte kunnen geven zonder wettisch of zelfs Joods te worden. Hieronder volgen enkele citaten, die enige uitleg geven:

- het erkennen van de historische feiten met betrekking tot de verstoorde verhouding tussen Jood en niet-Jood en onze verantwoordelijkheid hierin.
- het doen van voorbede voor Israël en
- het verlenen van praktische ondersteuning

A. Erkennen van onze historische medeplichtigheid en verantwoordelijkheid

- Dit tijdperk loopt op zijn einde en God wil Zijn verstrooide volk Israël uit alle landen van de wereld terugbrengen naar Zijn eigen land om hen daar te verenigen tot één natie.
- Deze geografische en politieke hereniging is het voorspel van de geestelijke vernieuwing van het Joodse volk.
- Dit proces van terugkeer en herstel is rond het jaar 1900 op gang gekomen en is sindsdien steeds blijven doorgaan.
- Het welzijn en voorspoed van alle naties hangt samen met de vervulling van Gods plan voor de vernieuwing van Israël.

Christenen die de autoriteit van de Bijbel erkennen, kunnen niet onverschillig zijn over het feit dat deze duidelijke openbaring van Gods plan, in onze dagen bezig is in vervulling te gaan. We zien ons dus gesteld voor een uitermate belangrijke vraag: Hoe reageren wij hierop?

Een veelvoudige schuld

Voor we goed antwoord kunnen geven op deze vraag, moeten we eerst rekening houden met twee historische feiten. Het eerste feit gaat alle christenen aan die geen Joodse afkomst hebben. Of we nu van Afrikaanse, Arabische, Russische of Amerikaanse, Indische of Chinese afkomst zijn, wij christenen hebben allemaal onze geestelijke erfenis te danken aan één volk: Israël. ( … )

Onze verantwoordelijkheid erkennen

Als christenen vandaag geconfronteerd worden met de verschrikkelijke feiten over antisemitisme in de geschiedenis van de christelijke Kerk, reageren ze soms door elke verantwoordelijkheid af te wijzen. ‘Dat is gebeurd in andere kerken’, zegt men dan. ‘In onze kerk zouden we ons niet schuldig maken aan zulke gedachten of daden.’ Ook ikzelf was in eerste instantie geneigd me achter dergelijke argumenten te verschuilen. Maar op een dag bepaalde de Heilige Geest mij heel duidelijk bij wat Jezus in een soortgelijke situatie zei tegen de religieuze leiders van Zijn tijd:

Wee jullie, schiftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen, en jullie zeggen: ‘Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.’ Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben. (4)
Doordat deze godsdienstige mensen ontkenden verantwoordelijk te zijn voor de misdaden van hun voorvaderen tegen de profeten, erkenden ze impliciet wel dat ze de zonen waren van degenen die de profeten hadden vermoord. Ik geloof dat hetzelfde principe van toepassing is op de misdaden die de Kerk bedreven heeft tegen de Joden. We kunnen niet beweren bij de Kerk te horen, maar tegelijkertijd ontkennen dat we mede verantwoordelijk zijn voor de manier waarop de Kerk de Joden behandeld heeft. Tenslotte bestaat er in Gods ogen maar één Kerk. Als we geïdentificeerd willen worden met die ene Kerk, dan moet dat een volkomen identificatie zijn. We kunnen niet aan de ene kant het goede dat de Kerk ons heeft nagelaten aannemen en ons op hetzelfde moment distantiëren van het slechte. We moeten in het bijzonder ons aandeel in de verantwoordelijkheid voor het christelijke antisemitisme erkennen en er alles aan doen om deze vreselijke situatie op te lossen. ( … )

Tegen deze achtergrond worden alle niet-Joodse christenen vandaag onvermijdelijk geconfronteerd met twee fundamentele vragen: ten eerste, wat kunnen we doen om onze geestelijke schuld aan het Joodse volk te vereffenen? Ten tweede, hoe kunnen we in zekere zin ook praktisch genoegdoening geven voor al het kwaad dat de Joden eeuwenlang is aangedaan uit naam van het Christendom?

Het antwoord op deze vragen hangt mijns inziens samen met de uitwerking van Gods plannen met Israël in onze tijd. Onze generatie heeft de unieke gelegenheid om de Joden bijzonder te ondersteunen. Dat is een plicht, maar ook een voorrecht. Onze plicht is alles te doen wat de Bijbel opdraagt en wat in ons vermogen ligt, om de Joden te helpen hun goddelijke erfenis te verkrijgen, zowel in het natuurlijke als in het geestelijke. Ons grote voorrecht is dat we daarmee Gods medewerkers zijn in de vervulling van Zijn heerlijke doel met Israël en alle andere landen! In de Bijbel heb ik vier specifieke manieren gevonden waarop we dit kunnen doen: door te lofprijzen, te verkondigen, te bidden en te troosten. (5)

Het is nodig dat de kerk ‘ … zich diepgaand bezint op haar eigen positie ten opzichte van Israël. Immers het Hoofd van de Gemeente is Dezelfde als de Koning van Israël. Deze Koning is op weg naar Jeruzalem. Als wij ons Hoofd niet volgen op die weg, dan lopen we het risico dat we ons hoofd verliezen. Dit is meer dan een beeldspraak, want hier ligt een oorzaak van veel chaos in kerken en groepen. De HERE zegene Zijn volk Israël, maar ook ons! (6)

B. Het doen van voorbede voor Israël

Want wij willen u niet onkundig laten, broeders, van de verdrukking, die ons in Asia overkomen is: bovenmate en boven vermogen hebben wij een zware last te dragen gehad, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten; ja, voor eigen besef achtten wij ons als ter dood verwezen, opdat wij niet op onszelf vertrouwen zouden stellen, Maar op God, die de doden opwekt. En Hij heeft ons uit zulk een groot doodsgevaar verlost en zal ons verlossen: op Hen hebben wij onze hoop gevestigd, [dat] Hij ons ook verder verlossen zal, terwijl ook gij ons te hulp komt met uw voorbede, opdat uit veler mond voor de genade, ons geschonken, veelvuldig dank gebracht worde voor ons. (7)

Dit schreef een Joodse zendeling aan een gemeente, die voornamelijk uit niet-Joodse gelovigen bestond. Deze woorden van Paulus zouden ook gebruikt kunnen worden om de situatie van Israël in de laatste tientallen jaren te beschrijven.

God komt tot Zijn doel. Altijd. Maar hoe Hij tot Zijn doel komt hangt van Israël èn van ons, bijbelgetrouwe christenen, af. Onze voorbede en steun helpen Israël op weg naar Gods doel; zoals de voorbede van Mozes en de hulp van een nomadenstam – de Kenieten – Israël op weg naar Kanaän hielpen. Die voorbede en steun zijn juist nu heel belangrijk voor Israël en de voortgang van Gods plan naar het Koninkrijk. Onze gebeden bouwen een ‘muur rondom Israël zodat ze op de Dag van de HERE standhouden in de strijd’. (Ezechiël 13: 5). Ook belangrijk voor ons land. Want we moeten ons goed realiseren dat er grote toorn van de HERE rust op ons goddeloze land. (8)

‘We kunnen ons inspannen voor onze gemeente. We kunnen allerlei goede en noodzakelijke activiteiten organiseren ten behoeve van het Koninkrijk van God. Maar als we er niet voor bidden, zal het allemaal tevergeefs zijn. Vrijwel al onze daden zullen na enkele generaties vergeten zijn. Ze maken geen verschil. Alleen als ze gepaard gaan met aanhoudende en intensieve voorbede, zodat de Eeuwige met Zijn Geest door ons leven heen kan werken, zal het waarde hebben voor de eeuwigheid.
Ik heb begrepen dat jullie als Nederlandse christenen erg blij zijn met het feit dat er sinds kort een evangelische partij in de regering zit. En natuurlijk is dat ook bijzonder. Geen misverstand daarover. Maar zullen zij ook in staat zijn om verschil te maken ten behoeve van Gods Koninkrijk? Vergeet het maar rustig. Tenzij er voortdurend en intensief voor hen gebeden wordt.
Houdt u van Nederland? Bid dan voor Israël. Zoekt u het beste voor uw kerk of gemeente? Bid dan voor Israël. Want de Eeuwige zegent wie Israël zegenen; op wie Israël verwaarlozen, legt Hij een vloek!’
(9)

Het is de dure roeping van de christelijke Kerk van alle tijden en van alle plaatsen te bidden: Vrede over Israël. Maar dan wel in de zin van Efeze 2: 14, waar van Christus Jezus gezegd wordt: Hij is onze vrede. Zo vrede over Israël. (10)

C. Praktische ondersteuning

De apostel Paulus besteedt in tenminste drie van zijn brieven aandacht aan het wederzijdse morele en geestelijke belang van niet-Joodse christenen om hun Joodse broers-en-zussen-in-het-geloof praktisch te ondersteunen. Zijn opmerkingen zijn zo helder dat die hieronder zonder verder commentaar worden weergegeven.

De eerste brief aan de gemeente te Korinthe (9: 11 en 16: 1-4)

Indien wij [Joodse apostelen] het zijn, die voor u het geestelijke gezaaid hebben, is het dan te veel, dat wij van u [gelovigen uit de volken] het stoffelijke zouden oogsten?

Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, doet ook gij, evenals ik het in de gemeenten van Gala-tië geregeld heb: elke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg en hij spare dit op, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden. Wanneer ik dan aangekomen ben, zal ik hen, die gij daarvoor geschikt acht, met brieven zenden om uw liefdegave te Jeruzalem af te dragen. Mocht het echter van belang zijn, dat ik ook de reis maak, dan zullen zij met mij reizen.

De tweede brief aan de gemeente te Korinthe (8: 1-11 en 9: 1-15)

Wij maken u de genade Gods bekend, broeders, die aan de gemeenten van Macedonië geschonken is. Want, doordat zij beproefd zijn gebleken in veel verdrukking, hebben hun overvloedige blijdschap en diepe armoede nog overvloedig de rijkdom van hun mildheid bevorderd; want [zij deden], dat ge-tuig ik, wat zij konden, ja méér dan dat; en zij vroegen, met alle aandrang, uit eigen beweging van ons de gunst, deel te mogen nemen aan het dienstbetoon voor de heiligen, en zij gaven zich – zoals wij niet hadden durven verwachten – eerst aan de Here en door de wil van God ook aan ons; met dit tot gevolg, dat wij bij Titus erop aandrongen om, zoals hij vroeger een begin ermede gemaakt had, nu ook dit liefdewerk bij u tot een goed einde te brengen. Welnu, zoals gij in alles overvloedig zijt, in ge-loof, in spreken, in kennis, in volkomen toewijding en in de liefde, die van ons tot u uitgegaan is, zo weest dan ook in dit liefdewerk overvloedig.
Ik geef dit niet als een bevel, maar ik tracht aan die toewijding van anderen ook de echtheid uwer lief-de te toetsen. Gij kent immers de genade van onze Here Jezus [Christus], dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede rijk zoudt worden. En ik geef op dit punt mijn mening, want die is u nuttig: gij hebt immers reeds vroeger, het vorige jaar, een begin gemaakt, niet alleen met de uitvoering, maar ook met het willen; voltooit thans dan ook de uitvoering opdat met de maat van uw bereidwilligheid ook de voltooiing uit hetgeen gij hebt overeenstemme.

Want over de dienst, die gij de heiligen betoont, u nog te schrijven, acht ik overbodig; want ik weet van uw bereidvaardigheid, op grond waarvan ik bij de Macedoniërs over u roem, dat Achaje sinds verleden jaar gereed staat, en uw ijver heeft de meesten [tot navolging] geprikkeld. Doch ik zend deze broe-ders, opdat onze roem over u in deze aangelegenheid niet ongegrond blijke, maar gij gereed moogt zijn, zoals ik erover sprak, opdat niet, indien er Macedoniërs met mij zouden medekomen en zij u niet gereed zouden vinden, wij – om niet te zeggen: gij – in deze stellige verwachting zouden beschaamd worden. Ik achtte het dus noodzakelijk de broeders op te wekken, van tevoren tot u te gaan en uw vroeger toegezegde milde gave vooraf in gereedheid te brengen, zodat zij klaar ligt als een milde gave en niet als een afgeperste gift.
[Bedenkt] dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. Een ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn, gelijk geschreven staat: Hij heeft uitgedeeld, aan de armen gegeven, zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid.
Hij nu, die zaad verschaft aan de zaaier en brood tot spijze, zal u uw zaaisel verschaffen en vermeerderen en het gewas uwer gerechtigheid doen opschieten, terwijl gij in alles verrijkt wordt tot alle onbekrompenheid, welke door onze bemiddeling dankzegging aan God bewerkt. Want het dienstbetoon met deze ondersteuning draagt niet alleen bij tot de behoeften der heiligen, maar het is ook overvloedig door vele dankzeggingen aan God. Want door dit duidelijk blijk van hulpbetoon prijzen zij God om uw gehoorzaam belijden van het evangelie van Christus en om uw onbekrompen delen met hen en met allen, terwijl zij ook in hun gebed het verlangen naar u uitspreken om de buitengewone genade Gods, die op u rust. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!

De brief aan de gemeente te Rome (15: 23-33)

( … ) nu mij in deze streken geen arbeidsveld meer overblijft en ik sedert tal van jaren verlangend ben tot u te komen, zodra ik naar Spanje reis – ik hoop u namelijk op mijn doorreis met eigen ogen te zien en door u voortgeholpen te worden voor mijn tocht daarheen, wanneer ik eerst enigermate van u genoten heb. Maar thans ben ik op reis naar Jeruzalem ten dienste van de heiligen. Want Macedonië en Achaje hebben goedgevonden een handreiking to doen aan de armen onder de heiligen te Jeruzalem. Zij hebben het immers goedgevonden, maar zijn het ook jegens hen verplicht, want indien de heidenen aan hun geestelijke goederen deel hebben gekregen, behoren zij ook met hun stoffelijk goederen hen te dienen. Wanneer ik mij dan hiervan gekweten en hun deze opbrengst afgedragen heb, zal ik over uw stad naar Spanje reizen. En ik weet, dat ik bij mijn komst te uwent met volle zegen van Christus zal komen.
Maar, [broeders,] ik vermaan u bij onze Here Jezus Christus en bij de liefde des Geestes, om samen met mij te worstelen in den gebede voor mij tot God, opdat ik behoed worde voor de weerspannigen in Judea, en dat mijn dienstbetoon voor Jeruzalem gunstig worde opgenomen door de heiligen, opdat ik, in blijdschap tot u gekomen met Gods wil, mij tezamen met u verkwikken moge. De God nu des vredes zij met u allen!

1. Eigen vertaling uit het Hebreeuws. Bron: Tenach (OT), Zacharia 8: 23.
2. Mattheüs 23: 5 – Jezus over de Farizeeën: ‘… zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot … (vgl. Numeri 15: 37-41)
3. Mattheüs 9: 20 (vgl. Lukas 8: 44) & 14: 35-36 (vgl. Markus 6: 56)
4. Mattheüs 23: 29-31 (NBV)
5. Derek Prince in Beloofd land, hoofdstuk 8, p. 131 vv.
6. Jan van Barneveld in: Het einde van de Vervangingsleer, p. 56
7. Paulus in zijn 2e brief aan de gemeente in Korinthe (1: 8-11).
8. Jan van Barneveld in ‘Oogst’, januari 2007, p. 24-25
9. Ófer Amitai (Intercessors for Israël, Jeruzalem) tijdens een gebedsconferentie t.b.v. Israël op ‘De Bron’ te Dalfsen, 10 maart 2007. Vrije weergave van zijn in het Engels gehouden bijbelstudie over voorbede n.a.v. Psalm 99: 6 & Exodus 32: 7-10.
10. Drs. W. J. Op ’t Hof in: De visie op de Joden in de Nadere Reformatie, p. 8

30 November 2007
By on 14:30
Nieuws- & informatie-sites

Sderot Media Center
Artikelen en videofragmenten over de situatie in Sderot (door Noam Bedein)

Israel News on InfoLive TV
Artikelen en hoofdpunten van het dagelijks nieuws in Israël

Foto’s uit Israël
Foto’s van diverse steden en landschappen in Israël

‘Would you have believed?’
Videowerkstuk van een Israëlische studente over de situatie van de Messiasbelijdende gemeente te Arad

Steven Spielberg Jewish Film Archive
Ruim 400 geselecteerde films vanaf 1911 tot nu; met uniek historisch beeldmateriaal.

16 October 2007
By on 10:41
Informatie – algemeen

Israëlplatform
Platform van Nederlandse Israëlorganisaties

Stichting Shoresh
Stichting Shoresh (Sassenheim) & Messiasbelijdende Gemeenschap ‘Benee Awraham’ (Amersfoort)

Stichting Mo’adiem
Stichting Mo’adiem (Leeuwarden) – organiseert de viering van Matzot (feest van de Ongezuurde Broden), Shavoe’ot (Pinksterfeest) en Soekot (Loofhuttenfeest) op conferentieventrum ‘De Kroeze Danne’ te Ambt Delden.

Comité Gemeentehulp Israël
Het CGI (Ommen) steunt Messiasbelijdende Joodse en Arabische gemeenten in Israël. Het verzorgt o.a. een maandelijkse nieuws- en gebedsbrief via email. Deze wordt op verzoek ook als powerpoint-presentatie verstuurd t.b.v. uw gebedsgroep.

28 August 2007
By on 08:09
Joden brengen Evangelie aan moslims

Indachtig 1 Johannes 4:20 – waar van mensen die zeggen God lief te hebben maar hun broeders te haten, wordt gezegd dat ze ‘leuge- naars’ zijn – is een groep Joden uit Noord-Israel bezig het Evange- lie te brengen aan islamitische Palestijnen. Geen gemakkelijke be- diening. Maar wel een die vrucht draagt.

Evan_thomas Evan Thomas is van origine Nieuw Zeelander, afkomstig van de oostelijke zijde van de Bay of Plenty, maar ver- huisde jaren geleden naar Israel, nadat hij zijn ‘Joodse wortels’ had ontdekt. Thomas is een christen, maar noemt zich liever niet zo. “Ik zie mezelf meer als een Messiaanse Jood. Zo stel ik mezelf ook voor als ik met anderen in ge- sprek raak”, zegt hij in een interview met Lynley Smith, een journaliste van de in Auckland, Nieuw Zeeland, verschijnende Challenge Weekly, een evangelische krant die door de Nederlander Henk Kamsteeg is gesticht.
In Israel is hij naast voorganger van de Beit Asaph-gemeente in Natanya, in- middels ook directeur van een verzoeningsbeweging genaamd Musalaha, een Arabisch word dat letterlijk ‘verzoening’ betekent. “Beit Asaph wordt in Netanya eerder een synagoge genoemd dan een kerk”, zegt hij. “We vieren de Joodse feesten, de bar mitzvahs, en de Joodse gebruiken rond huwelijk en overlijden.” Beit Asaph is een geestelijk huis voor Joodse gelovigen in de Messias. De voer- taal is er Hebreeuws, hoewel er vertalingen zijn in het Engels, Spaans en Rus- sisch. “Onze gemeente telt zo’n 220 leden, waarvan 80 procent Joods”, zegt Thomas.

Beit Asaph heeft twee missies: De gemeente wil allereerst ‘een licht en een zout’ zijn voor de locale gemeenschap. Daarnaast wil ze echter ook een hand reiken naar hen die in de praktijk ‘vijanden’ zijn geworden: de Palestijnen.

Dat laatste vindt plaats middels verzoeningsbijeenkomsten met Palestijnen, zowel in Israel als daarbuiten. Ook in Nederland zijn daarvoor eerder al conferenties georganiseerd. Verzoening, zegt Thomas, is de eerste stap op weg naar een goede relatie tussen de beide volken. Van daaruit kan ook het Evangelie gebracht worden. Daarom staat bij Musalah verzoening hoog in het vaandel.

Thomas schat dat er in Israel zo’n Messiaanse gemeenten actief zijn, waarvan velen met 200 of meer leden. Ook is er een evangelische Palestijnse beweging, die volgens Thomas ongeveer net zo groot is als de gemeenschap van Messiasbelijdende Joden. “Er is veel contact tussen die twee”, zegt hij.

Het werk wordt niet altijd vergemakkelijkt door de demografie van Israel. Uitwisseling tussen Joodse en Palestijnse gelovigen is soms moeilijk door de beperkingen die het reizen in Israel met zich meebrengt. Het is met name voor Palestijnen niet eenvoudig Israel binnen te komen. Bovendien lopen de Palestijnen binnen eigen gelederen gevaar als bekend wordt dat ze bezig zijn met ‘verzoeningsprojecten’ met Joden. Dat kan in de Palestijnse gebieden uitgelegd worden als collaboratie met de vijand en het kan letterlijk tot de dood leiden.

Maar de grootste tegenstand, zegt Thomas, komt van de zijde van ultra-orthodox Joden, die veel politieke macht in Israel hebben en die het de Messiaanse Joden moeilijk maakt. “Er is sprake van vervolging”, zegt Thomas. Hij wil daar niet over uitwijden. Maar doen alsof er niets aan de hand is, zoals allerlei christelijke pro-Israel groepen doen, kan ook niet, vindt hij. In Netanya hangen regelmatig posters met daarop de foto’s van leden van de Messiaanse gemeente, met de oproep aan Joden om hen te mijden. Van Messiaanse Joden wordt soms het paspoort geconfisqueerd en hen wacht dan de gang naar een rechter om dat weer terug te kunnen krijgen.

Thomas vindt van zichzelf dat hij ‘genuanceerd’ over het Israelisch-Palestijnse conflict denkt. “Israel hoort in veiligheid te kunnen wonen, zonder Palestijnse aanslagen. Maar er is ook een andere kant”, zegt hij. “Israel heeft de Palestijnen niet altijd even goed behandeld. Daarmee hebben ze God’s Woord overtreden. Dat leert ons dat we de vreemdeling in ons midden goed moeten behandelen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Israel deels haar eigen vijand heeft gecreëerd.”

Christelijke hulp aan Israel geeft vaak een eenzijdige blik op de situatie, waarschuwt Thomas, wiens organisatie bijvoorbeeld ook betrokken is bij hulpverlening aan de armsten onder de Palestijnse bevolking in Gaza. “Ik heb 20 jaar ervaring hier en ik ken alle christelijke organisaties die hier actief zijn. Ik denk dat God met meer plezier kijkt naar een christen die tien dollar schenkt om een Palestijnse familie in Gaza, die in armoede leeft, te helpen, dan naar een christen die geld geeft om bomen te planten in Israel.”

BRON: www.iedereen-gelooft-in-jezus.nl – geplaatst op 5 mei 2007

18 August 2007
By on 10:37
Opdat zij allen één zijn (5.6)

5. De ultieme leugen

Hoe heeft het zover kunnen komen? Hoe kon het gebeuren dat er na die eerste decennia van ‘eenheid in verscheidenheid’ zo’n scherpe en eeuwenlange breuk ontstond tussen Joodse en niet-Joodse kinderen van God? Het antwoord is duidelijk: aan beide zijden kreeg de (vader van de) leugen voet aan de grond. Het Jodendom ontwikkelde de ‘Tweewegenleer’ (‘christenen komen tot God via Jezus, Joden via de Thora’, die na de Tweede Wereldoorlog door veel traditio- nele kerken is overgenomen ten behoeve van ‘de dialoog’. Dit was echter een reactie op een veel ernstiger en ingrijpender proces in het christelijke kamp: anti-Joodse tendensen die met steun van de politiek en met behulp van de Bijbel werden gelegaliseerd in de zogenaamde Vervangingsleer. [1] In beide kampen bleek geen plaats voor gelovigen, die zowel aan hun geloof in Jezus (de Joodse Messias) als aan hun Joodse identiteit wilden vasthouden. [2] In deze
paragraaf wordt een beknopte uitleg van de Vervangingstheologie gegeven aan de hand van hoofdstuk 6 uit ‘Het einde van de Vervangingsleer’. [3] Dit boekje is heel toegankelijk en blinkt uit in duidelijkheid en eenvoud. Om verwarring te voorkomen, is de originele nummering van de paragrafen weggelaten.

Er ìs niets vervangen

De Vervangingsleer
In een paar korte punten willen we nu proberen de ‘vervangingsleer’ te schetsen. Dit is een riskante onderneming, omdat het niet eenvoudig is iedereen recht te doen. Het is echter wel de oprechte bedoeling de ‘tegenstander’ recht te doen!
In een paar korte regels geven we enkele basisstellingen van de vervangingsleer weer:
- Jezus Christus kwam als Jood onder de Joden. Maar zij hebben Hem niet aangenomen als Messias. Toch was er een klein deel dat Hem wel erkende als de Messias. Dit gelovige deel uit Israël wordt dan het ‘ware Israël; (zie Rom. 9: 6-8: ‘… niet allen die van Israël afstammen zijn Israël … maar de kinderen der belofte gelden als nageslacht’). Zij zijn de ‘echte Joden’ (zie Rom. 2: 28 en 29: ‘… want niet hij is een Jood, die het uiterlijk is … maar hij is een Jood, die het in het verborgen is …’). De belofte aan Abraham sloeg op Jezus Christus (Galaten 3: 19) en via Hem zijn die beloften op hen die Hem aanvaarden als Verlosser, dat wil zeggen op de Kerk, overgegaan.
- Die gelovige Joden predikten het heil ook aan de heidenen, die door het geloof samen met de gelovige Joden het zaad van Abraham gingen vormen (Galaten 3: 26-29). Deze groep is het ‘geestelijk Israël’, het ‘nieuwe Israël’ of het ‘ware Israël’, dat in de plaats van het ‘ongelovige, natuurlijke’ Israël is gekomen. Zo is dus na het Pinksterfeest de Kerk de voortzetting van het oudtestamentische Israël geworden.
- Dat ‘oude, natuurlijke’ Israël kan alleen nog maar meedoen in Gods heilsplan, als zij, net als voor alle andere volken geldt, Jezus Christus als Messias erkent en zich zo bij de kerk voegt.

Bovenstaande is ook de visie die in de Kanttekeningen van de Statenvertaling bij de teksten uit Romeinen 11 naar voren komt. In Romeinen 11 voorziet Paulus een machtige zegen voor Israël. Dit wordt dan zo uitgelegd dat aan het ‘einde der tijden’ Israël zich massaal zal bekeren en zich bij de kerk zal voegen.

De rode bril van de vervangingsleer
Voordat we op bovenstaande ingaan, willen we voorzichtig proberen met een beeld duidelijk te maken wat hier gaande is. Stel u de hele Bijbel voor als een grote, wijde bak met allerlei kleinere gekleurde voorwerpen, waaronder ook gekleurde glaasjes. Het zijn lichte kleuren in rood, geel, blauw en groen. De voorwerpen hebben ook allerlei vormen. Als je goed kijkt, zijn er prachtige patronen zichtbaar: het patroon van de Messias, de lijnen van de verzoening, lijnen van het komende Koninkrijk, de strijd tegen het rijk van de duisternis, de overwinningen over zonde en dood, de patronen van de Heilige Geest, enz. enz.
Wat hebben de broeders van de vervangingsleer nu gedaan? Zij hebben een paar voorwerpen uit de grote Bak gehaald. Uitsluitend rode voorwerpen. Van die rode voorwerpen hebben ze een soort zonnebril gemaakt. Door die bril kijken ze nu naar de Bijbel. Logisch dat alles nu ineens rood is geworden. Erger is dat door de rode bril allerlei andere geestelijke patronen uit Gods Woord vervagen, vervormd en zelfs onzichtbaar worden. Met andere woorden: er worden een paar teksten uit het Nieuwe Testament genomen en die worden als sleutelteksten gebruikt. Dat zijn voornamelijk de teksten die we hierboven, in 6.1, genoemd hebben. Deze teksten dienen om hun gedachte, dat de ‘kerk in de plaats van Israël is gekomen’ te onderbouwen en vanuit die stelling (deze ‘rode zonnebril’) wordt nu de hele Schrift verklaard en uitgelegd.

Enkele kanttekeningen
Onmiddellijk komt nu de vraag: doen jullie met je ‘Israël-visie’ niet precies hetzelfde? Hebben jullie geen groene ‘Israël-bril’ op? Hoewel in 1.4 hierop is ingegaan, toch nog enkele opmerkingen.
Vooraf willen we, voor alle duidelijkheid, twee begrippen duidelijk definiëren:
- Onder Israël verstaan we ‘alle Joden van alle tijden; de gezamenlijke afstammelingen van Abraham, Izaäk en Jacob, met inbegrip van zowel het oudtestamentische verbondsvolk en ook de Joden binnen en buiten de huidige staat Israël.
- Onder de Gemeente verstaan we allen, Jood en niet-Jood, die geloven in Jezus Messias, zoals deze in het Oude Testament beloofd is en in het Nieuwe Testament aan ons wordt voorgesteld.
- We moeten constateren dan in het hele Nieuwe Testament de Kerk of de Gemeente nergens het ‘ware’ of het ‘nieuwe’ of het ‘geestelijke’ Israël wordt genoemd.
- In het Nieuwe Testament komen de woorden Israël, Israëliet(en) 79x voor (31x in de evangeliën, 21x in Handelingen, 21x bij Paulus en 6x in de rest van het Nieuwe Testament). Nergens wordt Israël als synoniem voor de Kerk gebruikt. Met Israël wordt steeds ‘gewoon’ Israël bedoeld, volgens bovenstaande definitie. Als er van zoiets ingrijpends als van vervanging van Israël door de Gemeente sprake zou zijn geweest, dan zou de Heilige Geest toch wel één van de 79x hebben aangegrepen even aan het woordje ‘Israël’ de zin toe te voegen: ‘… dat na Pinksteren door de Gemeente vervangen is of wordt.’
- De door de aanhangers van de vervangingsleer aangehaalde teksten (Rom. 9: 6-8 en Rom. 2: 28 en 29) betekenen geen uitbreiding van Israël naar bijvoorbeeld de gelovigen-uit-de-volken of naar de Kerk, maar veeleer een beperking binnen Israël. Van vervanging is hier helemaal geen sprake. Laten we nog even naar die teksten kijken: ‘… niet hij is een Jood, die het uiterlijk is … maar hij is een Jood die het in het verborgen is …’ en ‘Want niet allen die van Israël afstammen zijn Israël …’ Er is hier geen sprake van enige uitbreiding naar de gelovigen-uit-de-volken, maar een verwijzing naar een ‘gelovige rest’ binnen Israël. Altijd is het volk Israël geestelijk gedragen door zo’n gelovige rest. Zoals in de tijd van Elia er 7.000 waren die hun knieën niet voor Baäl hadden gebogen, was er in de tijd van Paulus ook een ‘gelovige rest’ (Rom. 11: 4 en 5). In Rom. 9: 24-26, waar Paulus spreekt over hen die uit Israël èn uit de heidenen geroepen zijn is wel sprake van uitbreiding, maar ook hier is van vervanging geen sprake.

Samen met onze ‘oudere broer’ Israël
Paulus spreekt in Efeze dan ook van mede-erfgenamen, medeburgers en medegenoten! Dat is de plaats van ons, gelovigen-uit-de-volken: ‘dat u in die tijd zonder Christus was, uitgesloten van het burgerrecht van Israël en vreemd aan de verbonden van de belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die vroeger veraf was, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Zo bent u dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar MEDE-burgers van de heiligen en huisgenoten van God … de heidenen zijn MEDE-erfgenamen, MEDE-leden en MEDE-genoten van de belofte in Christus Jezus …’ (Efeze 2: 12; 12: 19 en 3: 6). Niet Israël moet bij ’ons’ komen, maar wij zijn bij Israël ingetrokken. Als ‘wilde loten geënt op de edele olijf’, waardoor wij ‘aan de saprijke wortel van de olijf DEEL hebben gekregen (zie Romeinen 11: 16-24).

Er is niets vervangen
Ds. J. H. Grolle merkt in zijn boek ‘Open vensters naar Jeruzalem’ terecht op dat ‘als de Kerk er in de plaats van Israël is … dan volgt daar noodzakelijk uit, dat Israël niet bestaat.’ Het is door alle eeuwen heen een ergernis voor de kerk geweest dat Israël, het Joodse volk, bleef bestaan en de eigen Joodse identiteit en het eigen Joodse geloof bleef houden. De gebeurtenissen van de laatste eeuw bewezen en bewijzen juist in onze tijd dat God bij Zijn keuze is gebleven. Er is geen volk vervangen.
Maar in onze tijd is er nog meer gebeurd. Gods grote trouw aan Zijn verbond met Abraham is de laatste decennia duidelijk aan het licht gekomen. Daarbij komt de verrassende en indrukwekkende vervulling van veel profetieën. Dit moet de aanhangers van de vervangingsleer wel in verwarring brengen. Er valt voor hen heel wat ‘weg te verklaren’.
Historische gebeurtenissen in onze tijd, gelegd tegen het licht van het profetische Woord bewijzen de onjuistheid van de vervangingsleer. ( … ) Een drietal teksten, die spreken van het onveranderlijke van Gods verkiezing, van Zijn verbonden en van Zijn trouw halen we nog aan:

‘Maar ook zelfs wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en Mijn verbond met hen zou verbreken: want Ik ben de HERE, hun God. Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen van de volken uit het land Egypte heb geleid, om hun tot een God te zijn. Ik ben de HERE.’ (Lev. 26: 44 en 45).

 Zelfs in de ballingschap bleef het verbond met Israël van kracht.

 De volken en ook de kerk hebben het Joodse volk eeuwenlang veracht en geprobeerd te vernietigen. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk, doordat gezegd werd dat Joden hun identiteit als Jood verloren als ze Christenen werden. Maar dat is niet van de HERE uitgegaan.
 De HERE heeft Zich aan Zijn verbond gehouden en heeft nu het land hersteld en brengt Zijn volk terug in het Beloofde Land.

‘Zo zegt de HERE: als de hemel boven te meten is en de fundamenten van de aarde beneden na te speuren zijn, dan zal Ik heel het nageslacht van Israël verwerpen om al hetgeen zij gedaan hebben (Jeremia 31: 37).

 Astronomen ontdekken nog steeds nieuwe verten en geheimzinnige zaken in het heelal, dat dus nog niet gemeten is. De geheimen van de kern van de aarde zijn nog lang niet nagespeurd of opgelost. Dus Israël is niet verworpen en geen ander volk heeft de plaats van Israël ingenomen.

Zij zijn naar het Evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil’ (Romeinen 11: 28).

 God kiest Zich geen andere knecht, Hij vergist Zich niet en blijft bij Zijn keuze. Hij zal met Israël tot Zijn doel komen en wij zien in deze tijd dat de HERE hard bezig is met Zijn herstelplan van Zijn volk.

Profetieën worden letterlijk vervuld
( … ) Gods herstelplan met Zijn volk Israël is in volle gang. Precies volgens het profetische Woord. Met de opkomst van de Messiaans-Joodse beweging is ook het geestelijk herstel begonnen! Hier kan niemand, die de Bijbel serieus als Gods onfeilbare Woord aanvaardt, omheen. God heeft Zijn volk Israël niet vervangen.
Laten we nog één keer veronderstellen, dat de Kerk Israël vervangen zou hebben. Welke basis en grond zouden wij, gelovigen-uit-de-heidenen dan nog hebben waardoor we konden pleiten op Gods trouw? Hebben wij, als kerken en groepen het niet minstens even erg verbruid als wat men noemt het ‘natuurlijke’ Israël? Als de HERE Israël verworpen zou hebben, waar zouden wij dan blijven? ( … )

En … èn
Maar … de vraag of wij de Bijbel, die grote Bak met gekleurde voorwerpen, dan niet door een Israël-bril bekijken, is blijven liggen. Halen wij er niet de ‘groene Israël-stukjes’ uit en maken daar een groene Israël-bril van? Christus in toch centraal in de hele Bijbel en niet Israël?
Wij erkennen ten volle dat het gaat om de gekomen en de komende Messias, de Here Jezus. ‘Alles draait om het komen van de Messias’ is een rabbijns gezegde dat we graag overnemen. Maar de Messias neemt iets met Zich mee; Hij komt in en met een bepaalde context (samenhang) en die context is: Israël.
De messiasbelijdende Jodin, Rebecca de Graaf – van Gelder zei vaak: ‘Jezus is niet los verkrijgbaar’. De Verlosser van de wereld is allereerst de Messias van Israël! Toen Hij heenging stond er op het kruis: ‘Dit is de Koning van de Joden’. Dat mocht er, ondanks alle pogingen van de leiders van het Joodse volk, niet af. Want Hij is de koning van Israël. Zó is Hij heengegaan en zó komt Hij terug. Maar tegelijk is Hij het Hoofd van de Gemeente. Toen Hij terugging naar Zijn Vader zeiden de engelen tegen de verbijsterde discipelen, dat Hij op dezelfde wijze zou weerkomen (Handelingen 1: 11). Deze wederkomst staat volgens het profetische Woord in het kader van de verlossing van en de beloften aan Israël en in het spoor daar van de verlossing van de volken. Ook hier geldt het ‘Eerst de Jood, maar ook de Griek’. Zeker, het gaat om Christus en Zijn Koninkrijk. Maar ook dat Koninkrijk is niet los te maken van de beloften van de Eeuwig Trouwe aan Zijn volk Israël.

De zogenaamde ‘Israël-visie’ neemt de hele Schrift serieus. Het gaat niet om een ‘Israël-theologie’, maar uitleg van de Schrift vanuit de gekomen en komende Verlosser in de bijbelse context (setting) waarin de God van Israël het Zelf heeft gezet; de context van Zijn uitverkoren volk Israël. De God van Israël, de Messias van Israël, het volk Israël, de Bijbel en het land Israël horen onlosmakelijk bij elkaar. En wij, wij gelovigen-uit-de-volken mogen daarbij horen in en door het geloof in de Messias Jezus en Zijn verzoenend sterven en Zijn opstanding.

Er is een hemels Jeruzalem, maar ook een aards Jeruzalem. Er is een Gemeente, maar de God van Israël gaat ook door met Zijn volk Israël. Er zijn machtige beloften en er is een geweldige toekomst voor de Gemeente, maar ook voor Israël. Het Koninkrijk is gekomen, maar er is ook een komend Ko-ninkrijk. Het is: èn … èn; niet of … of, zoals in de vervangingsleer. ( … )

[1] Zie o.a. Half-truth theology – The deception of Replacement Theology. Bron: ‘Word from Jerusalem’, een uitgave van de Internationale Christelijke Ambassade te Jeruzalem (ICAJ). Column ‘Theologically Speaking’ by Malcom Hedding (Nov. – dec. 2006)
[2] Later ontstond binnen het christendom ook nog de Bedelingenleer, die stelt dat het behoud van Israël door God zelf bewerkt zal worden, wanneer de tijd (bedeling) van de volken voorbij is. Tot die tijd zouden Joden behouden worden buiten Jezus om …?! Vergelijk Handelingen 4:12.
[3] Het einde van de Vervangingsleer, p. 45-56

11 August 2007
By on 17:51
Opdat zij allen één zijn (4.6)

4. De grote scheiding

Helaas is de nieuwe eenheid geen lang leven beschoren. Zij wordt voortdurend van verschillende kanten bedreigd. In hoofdstuk 2 werd al aandacht geschonken aan de wrijving tussen de Judese gelovigen met een Farizeese achtergrond en de nieuwe zendingsgemeenten in Klein-Azië, met hun ‘gemengde’ samenstelling. Gelukkig brengt de vergadering in Jeruzalem hier uitkomst. [1] Echter: ook politieke invloeden laten zich gelden. Het volgende citaat brengt dit duidelijk onder woorden:

Op een gegeven moment verbande keizer Claudius alle Joden uit Rome. [2] Er was kennelijk een probleem gerezen rond een zekere ‘Chrestus’ Dat kan een verwijzing zijn naar Christus en in dat geval was er dus sprake van het gebruikelijke patroon: een moorddadige hetze tegen hen die zich tot het christelijk geloof ‘bekeerd’ hadden. (Dit soort hetzes bemoeilijkten voortdurend Paulus’ bediening.) Onder de verbannen Joden bevonden zich ook Aquila en Priscilla. Zij waren tentenmakers en kwamen in Korinthe Paulus tegen. [3] De gemeente te Rome werd dus volledig ‘heidens’ van samenstelling, zowel wat leiders als leden betreft.
Enkele jaren later stierf keizer Claudius (in 54). Hij werd opgevolgd door Nero, die in het begin van zijn bewind naar adviezen van anderen luisterde en een veel toleranter beleid voerde dan in zijn latere jaren. De Joden kregen toestemming terug te keren, hetgeen ze dan ook massaal deden. Voor de gelovigen onder hen was het echter verre van gemakkelijk om hun plaats in de gemeente weer in te nemen. Inmiddels vormden de heidenen de meerderheid en zij deelden de lakens uit. De ‘kwantiteit’ van de latere gelovigen uit de heidenen werd bedreigd door de terugkeer van de ‘kwaliteit’ van de vroegere Joodse gelovigen. De eerste groep beweerde, niet zonder arrogantie, dat het onvermijdelijk was dat heidenen de leiding zouden overnemen van de Joden, want die hadden als volk de Christus verworpen. (Dit was het eerste voorbeeld van de ‘vervangingstheologie’, die leert dat Israël heeft afgedaan omdat zijn plaats nu is overgenomen door de gemeente, oftewel het ‘nieuwe Israël’.)
Deze spanning liep uit op een crisis. De berichten daarvan bereikten Paulus. Er was dringend behoefte aan iemand die een ramp zou kunnen voorkomen. In het gunstigste geval zou de gemeente zich splitsen in twee ‘kerkgenootschappen’, die daarna over het hele Romeinse Rijk hun eigen gemeenten zouden stichten. In het ergste geval zou de gemeente van Rome te gronde gaan. Paulus was echter niet in de gelegenheid haar op korte termijn te bezoeken en al was dat wel zo, dan zou het waarschijnlijk al te laat zijn als hij daar aankwam. Wat hij wèl kon doen, was een brief schrijven, enkele maanden nadat de Joden weer in Rome hadden mogen terugkeren (dit tijdstip kan geen toeval zijn). Hij was de enige die over de kwaliteiten beschikte om dit probleem aan te pakken. ( … )
[4]

Het is duidelijk dat de interne spanningen van beide kanten komen. Soms zijn het Joodse gelovigen, die voor onrust zorgen, een andere keer gooien de niet-Joodse leden de knuppel in het hoenderhok. Toch groeit de vroege ‘kerk’ voortdurend. Nergens in het Nieuwe Testament wordt melding gemaakt van een uiteengaan van Joodse en niet-Joodse gelovigen. De eenheid wordt behouden en het Koninkrijk van God breidt zich naar alle kanten uit.
Toch is er een moment in de geschiedenis aangebroken, waarop die waardevolle (en door Jezus zozeer gewenste) eenheid voor lange tijd grondig werd verwoest. En waar ze al stand hield, was er sprake van een gruwelijke verminking van de waarheid. Hieronder volgt een beknopt (en onvolledig) overzicht van feiten, waarbij gebruik gemaakt is van verschillende citaten, die de grote lijnen van de geschiedenis grofweg weergeven:

Het aantal heiden-gelovigen groeit en overschaduwt al snel het aantal Joodse gelovigen. Pritz meldt dat we vanaf de vierde eeuw niets meer vernemen van Messiasbelijdende Joden, zoals de Nazarenen. Met de groei in het aantal heiden-gelovigen en met de overgang van keizer Constantijn naar het Christendom verliest de kerk het zicht op haar Joodse wortels en op haar Joodse medegelovigen. Rond het jaar 400 schrijft de kerkvader Hiëronymus: ‘‘Omdat zij tegelijk Jood en christen willen zijn, zijn ze noch Jood noch christen’(!) Vreekamp schrijft dat er vanaf de eerste eeuw tot aan de uitspraak van Hiëronymus iets grondig mis is gegaan. Een ander bewijs daarvoor vinden we in de vertegenwoordiging op het concilie van Nicea, waar geen bisschoppen van Joods-christelijke huize aanwezig zijn. Verschillende besluiten van het concilie waren gericht tegen de Joden-christenen, men zag in hun invloed op de heiden-christenen een groot gevaar voor de kerk. [5]

De woorden van Paulus worden in de lade van de vergetelheid gestopt. De concilies van Nicea en Chalcedon [6], waar geen bisschoppen van Joodse afkomst aanwezig zijn, verwijderen Joodse elementen uit het christelijk geloof. Er is geen ruimte voor de geloofsbeleving van gelovigen-uit-de-Joden. Hun beleving wordt verketterd; assimilatie of ‘verbanning’ zijn de opties. De kerk verliest haar visie op het Joodse volk en er ontstaat een onoverbrugbare kloof russen Joden en Christenen. ( … ) [7]

( … ) reeds in de tweede eeuw paste men de opvatting dat de heiden-christenen niet volgens de Wet van Mozes hoefden te leven, óók toe op de christenen die van Joodse oorsprong waren. Daarom werden later alle christenen die Joden waren en Joods wilden leven, verketterd en dat was het einde van de discipelen van de oergemeente. De paulinische richtlijn dat de heidenchristenen niet Joods hoefden te leven, werd weldra zo uitgelegd – geheel in strijd met de woorden van Paulus op het apostelconcilie – dat het alle gelovigen in Christus, zowel van Joodse als van niet-Joodse oorsprong, werd verboden ook maar het kleinste Joodse gebod te vervullen ( … ). [8]

Al die lange eeuwen van hun verstrooiing (‘diaspora’) hebben de Joden het meest te lijden gehad van christenen. Christelijk antisemitisme is gebaseerd op en gevoed door een combinatie van theologie en populaire volksverhalen. Een lange rij christelijke theologen leerde dat de Joden verantwoordelijk waren voor de dood van Christus en dat ze daarom schuldig waren aan de ergste misdaad (deï-cide), het vermoorden van God. Omdat ze daardoor onder de voortdurende en onherroepelijke vloek van God waren gekomen, verdienden ze volgens deze leer voortdurend vervolging, verbanning en afwijzing. Hardnekkige legendes beschuldigden de Joden steeds weer – zelfs tot in de twintigste eeuw – van rituele moord op christelijke kinderen, om hun bloed te kunnen gebruiken voor hun geheime ceremonies rond het Pascha. ( … ) [9]

Het bloedsprookje kreeg in 2002 zelfs een nieuwe variant. In de Saoedi-Arabische pers verscheen het bericht dat Israeli’s het bloed van Palestijnse kinderen gebruikten voor het bakken van Hamansoren, het traditionele driehoekige zandkoekje, dat gevuld wordt met dadels, pruimen en papaverzaadjes. [10]

Een andere wijd verbreide leugen is de mythe van een Joodse samenzwering om de wereldheerschappij te bemachtigen. Het boek De protocollen van de oudsten van Sion [11], dat deze leugen vertelt, is sinds de jaren ’90 weer vrij te koop in bijvoorbeeld de ‘Autonome Palestijnse Gebieden’. Maar ook in de landen van de voormalige Sovjet Unie en China is het – net als Mein Kampf – overal verkrijgbaar.

[1] Handelingen 15 (en 21)
[2] Volgens hetzelfde artikel bestond de ‘Hebreeuwse Kolonie’ van Rome uit zo’n 40.000 personen.
[3] Handelingen 18: 2 (Paulus was ook tentenmaker van beroep, vs. 3)
[4] Woord & Geest, p.169-170 (Bijlage A – Waarom heeft Paulus zijn brief aan de Romeinen geschreven?).
[5] Bron: Terugkeer uit de Ballingschap, p. 11
[6] Gehouden resp. in de jaren 325 en 451 van de huidige jaartelling (bron: Wikipedia)
[7] Bron: Terugkeer uit de Ballingschap, p. 2
[8] David Flusser in: Het Christendom – een Joodse religie (1994), p. 95. Bron: Terugkeer uit de Ballingschap, p. 1.
[9] Beloofd land, p.30 v.v. Zie ook: Joodse feesten en vasten, p. 302
[10] Joodse feesten en vasten, p. 302
[11] Zie voor een uitgebreide recensie: Fact or Fraud? The Protocols of the Elders of Zion

2 August 2007
By on 19:18